Het wereldwijde magazine en verkoopplatform voor liefhebbers van klassieke auto’s, door liefhebbers.
Het wereldwijde magazine en verkoopplatform voor liefhebbers van klassieke auto’s, door liefhebbers.


Land van herkomst: Frankrijk
Autoproductie: 1921–1957
Fabrikant: Société des Moteurs Salmson, Billancourt, Seine
Belangrijke modellen: Salmson AL, VAL3, Grand Sport, S4, S4C, S4D, S4E, Randonnée en 2300 S
Salmson behoort tot de technisch interessantste Franse automerken uit het interbellum. Het bedrijf verwierf aanvankelijk bekendheid met vliegtuigmotoren, maar ontwikkelde zich na de Eerste Wereldoorlog tot een fabrikant van lichte, sportieve automobielen. Dankzij geavanceerde motoren met dubbele bovenliggende nokkenassen en indrukwekkende wedstrijdresultaten kreeg Salmson in de jaren twintig een uitstekende reputatie.
Later verschoof de aandacht naar comfortabele toerwagens en sportieve sedans, zonder dat het merk zijn technische ambities verloor. Voor verzamelaars zijn vooral de vroege cyclecars, de Grand Sport-modellen en de elegante S4-serie interessant. Salmson combineerde Franse inventiviteit met een karakter dat duidelijk afweek van dat van grotere autofabrikanten.
De geschiedenis van Salmson begon ruim voordat het bedrijf automobielen produceerde. Oprichter Émile Salmson bouwde een onderneming op die zich bezighield met machines en motoren. Vooral de radiale vliegtuigmotoren maakten de naam internationaal bekend. Tijdens de Eerste Wereldoorlog werden Salmson-motoren gebruikt in militaire vliegtuigen, waarmee het bedrijf een reputatie opbouwde voor nauwkeurige fabricage en innovatieve techniek.
Na de oorlog nam de vraag naar militaire vliegtuigmotoren af. Salmson zocht daarom nieuwe afzetmogelijkheden en verkreeg in 1919 een licentie om de Britse GN-cyclecar in Frankrijk te bouwen. In ongeveer twee jaar werden circa 3.000 van deze lichte auto's vervaardigd. Daarmee deed de onderneming belangrijke ervaring op met de productie van compacte automobielen.
In 1921 verschenen de eerste automobielen die door Salmson zelf waren ontworpen. Ingenieur Émile Petit ontwikkelde lichte chassis met cardanaandrijving en compacte viercilindermotoren. Sommige vroege uitvoeringen hadden geen conventioneel differentieel, wat de eenvoudige oorsprong als cyclecar onderstreepte.
De standaardmotor van ongeveer 1.100 cc beschikte over een ongebruikelijk systeem voor de bediening van de kopkleppen. De ontsteking werkte met een eigen Salmson-magneet en de koeling maakte gebruik van thermosifoncirculatie. Deze eenvoudige, lichte auto's waren zuinig en boden voor hun formaat aantrekkelijke prestaties.
Een opvallend herkenningsteken was het Sint-Andrieskruis op de radiateur. In combinatie met compacte open carrosserieën gaf dit de vroege Salmsons een geheel eigen uiterlijk.
De ontwikkeling van de motor met dubbele bovenliggende nokkenassen was een van de belangrijkste prestaties van Salmson. Terwijl veel kleine automobielen uit het begin van de jaren twintig nog eenvoudige zijklepmotoren gebruikten, ontwikkelde Émile Petit geavanceerde wedstrijdmotoren met twee bovenliggende nokkenassen.
Hiermee wist Salmson opmerkelijke prestaties uit relatief kleine cilinderinhouden te halen. De techniek werd vervolgens ook toegepast op sportieve productiemodellen. Voor huidige verzamelaars vormt deze constructie een van de aantrekkelijkste eigenschappen van het merk: de motoren weerspiegelen de nauwe relatie tussen de luchtvaarttechniek en de autosport.
Salmson maakte al vroeg naam in de autosport. In 1921 won André Lombard met een Salmson de Cyclecar Grand Prix. Ook op het circuit van Brooklands werden sterke resultaten behaald, waarbij de lichte Franse auto's het opnamen tegen Britse en continentale concurrenten.
Gedurende de jaren twintig volgden verdere successen in cyclecarraces en langeafstandswedstrijden. Salmson behaalde onder meer klasseoverwinningen tijdens de 24 uur van Le Mans. Het geringe gewicht, de efficiënte motoren en het relatief lage brandstofverbruik waren belangrijke voordelen bij dergelijke wedstrijden.
Een hoogtepunt volgde in 1927, toen Salmson als tweede en derde eindigde in het algemeen klassement van Le Mans. Voor een fabrikant die zich toelegde op auto's met een betrekkelijk kleine motorinhoud was dat een uitzonderlijke prestatie. De wedstrijdresultaten maakten Salmson tot een van de bekendste Franse producenten van lichte sportwagens.
Halverwege de jaren twintig ontwikkelde Salmson steeds sportievere modellen. De VAL3 werd een van de herkenbaarste vroege Salmsons, met een licht chassis, compacte carrosserie en levendige prestaties. De Grand Sport-uitvoeringen gingen een stap verder met krachtigere motoren, verbeterde remmen en technische voorzieningen die nauw verwant waren aan de wedstrijdwagens.
Rond 1926 kreeg de radiateur zijn karakteristieke omhulde vorm. De sportieve modellen waren verkrijgbaar in uiteenlopende uitvoeringen, van relatief eenvoudige auto's met drie versnellingen tot geavanceerdere varianten met vier versnellingen en verbeterde motorsmering.
Sommige wedstrijdgerichte uitvoeringen werden uitgerust met een Cozette-compressor. Daarmee waren voor een motor van ongeveer 1.100 cc indrukwekkende prestaties mogelijk. Tegenwoordig zijn vooral de originele Grand Sport- en VAL3-modellen geliefd bij liefhebbers van historische sportwagens en evenementen voor Vintage-automobielen.
De technische ambities van Salmson reikten verder dan de reguliere productiemodellen. Voor de Cyclecar Grand Prix van 1923 werd een speciale motor van 750 cc ontwikkeld. Enkele jaren later ontwierp Émile Petit zelfs een experimentele achtcilinder lijnmotor van ongeveer 1.100 cc, met dubbele bovenliggende nokkenassen, drukvulling en desmodromische klepbediening.
Deze uitzonderlijke achtcilinder bereikte nooit het stadium van serieproductie, maar illustreert de experimenteerdrang van de Salmson-ingenieurs. In een periode waarin veel fabrikanten nog relatief eenvoudige motoren bouwden, onderzocht Salmson al zeer geavanceerde technische oplossingen.
Tegen het einde van de jaren twintig veranderde de markt voor kleine Franse sportwagens. De belangstelling voor specialistische cyclecars nam af, terwijl betaalbare Britse sportwagens, waaronder de MG Midget, steeds meer concurrentie boden. Net als Amilcar besloot Salmson zich sterker op comfortabele en luxueuzere automobielen te richten.
De Salmson S4 vormde de basis van deze nieuwe richting. De auto combineerde een viercilindermotor met dubbele bovenliggende nokkenassen met een steviger chassis en ruimere carrosserieën. Gesloten sedans werden steeds belangrijker, omdat kopers niet alleen prestaties maar ook comfort en praktische bruikbaarheid verlangden.
Gedurende de jaren dertig werd de S4-serie verder ontwikkeld met grotere motoren, modernere transmissies en verbeterde wielophanging. De auto's behielden het eigen technische karakter van Salmson, maar richtten zich op een ander publiek dan de lichte tweezitters uit het voorgaande decennium.
De S4C uit het begin van de jaren dertig beschikte over een vierversnellingsbak en een verder ontwikkeld chassis. De latere S4D bracht onder meer onafhankelijke voorwielophanging en een elektrisch bediende Cotal-versnellingsbak, een bijzonder geavanceerde voorziening voor die tijd.
Met een Cotal-transmissie kon de bestuurder de versnellingen elektrisch selecteren. In combinatie met de motor met dubbele bovenliggende nokkenassen gaf dit de Salmson een uitzonderlijk moderne technische uitrusting.
De grotere S4E uit de late jaren dertig beschikte over een motor van ongeveer 2,3 liter en hydraulische remmen. Deze modellen werden vaak voorzien van elegante sedan- of coupécarrosserieën en tonen hoe Salmson zich ontwikkelde van een cyclecarfabrikant tot een bouwer van verfijnde sportieve toerwagens.
Ook in Groot-Brittannië werden auto's onder de naam British Salmson gebouwd. Vanaf de jaren dertig produceerde deze onderneming in Raynes Park eigen modellen die waren gebaseerd op Franse Salmson-techniek.
Voor verzamelaars is het belangrijk om onderscheid te maken tussen Franse Salmsons en British Salmson-automobielen. Hoewel beide merken historisch en technisch met elkaar verbonden zijn, hebben ze een eigen productiegeschiedenis en verschillende uitvoeringen.
Na de Tweede Wereldoorlog hervatte Salmson de autoproductie met doorontwikkelde vooroorlogse modellen. De nadruk bleef liggen op motoren met dubbele bovenliggende nokkenassen, verfijnde techniek en comfortabele rijeigenschappen. De concurrentie van grotere fabrikanten werd echter steeds sterker.
In 1951 verscheen de Randonnée met een motor van ongeveer 2,2 liter en een Cotal-versnellingsbak. Twee jaar later introduceerde Salmson de gestroomlijnde 2300 S, een elegante sportcoupé met een krachtigere versie van de bekende twin-cam-motor.
Ondanks hun bijzondere techniek werden deze laatste modellen in beperkte aantallen gebouwd. In 1957 eindigde de automobielproductie van Salmson, waarmee een opmerkelijk hoofdstuk uit de Franse autogeschiedenis werd afgesloten.
Bij de aankoop van een vooroorlogse Salmson is het belangrijk om het exacte model, de motoruitvoering en de originaliteit vast te stellen. Vroege cyclecars en sportmodellen kunnen sterk verschillen in chassisconstructie, remsystemen, smering en motorconfiguratie.
Motoren met dubbele bovenliggende nokkenassen vereisen specialistische kennis en zorgvuldig onderhoud. Bij wedstrijdwagens verdienen eventuele historische modificaties, compressoren en bijzondere motoronderdelen extra aandacht. Documentatie over de wedstrijdgeschiedenis kan daarbij van grote waarde zijn.
Bij latere S4-modellen moeten onder meer motor, versnellingsbak, wielophanging en carrosseriestructuur worden gecontroleerd. Een Cotal-versnellingsbak kan specifieke expertise vereisen. Originaliteit, aantoonbare herkomst en een zorgvuldig uitgevoerde restauratie beïnvloeden de aantrekkelijkheid van een exemplaar aanzienlijk.
Zoekt u een bijzondere Franse Vintage-sportwagen? Bekijk de Salmson-advertenties op deze pagina, aangeboden door gespecialiseerde handelaren, veilinghuizen en particuliere eigenaren. Van een vroege Salmson-cyclecar of sportieve VAL3 en Grand Sport tot een elegante S4: het merk biedt een bijzondere combinatie van Franse techniek en historische uitstraling.
Bekijk de aangeboden Salmson oldtimers en ontdek meer Vintage- en vooroorlogse automobielen op PreWarCar.nl.
Historische bron: G.N. Georgano, The Complete Encyclopaedia of Motorcars, aangevuld en redactioneel herzien voor dit artikel.
Wij besteden veel zorg aan de juistheid van historische informatie. Heeft u correcties of aanvullingen over Salmson? Neem dan contact op via [email protected].


