Het wereldwijde magazine en verkoopplatform voor liefhebbers van klassieke auto’s, door liefhebbers.
Het wereldwijde magazine en verkoopplatform voor liefhebbers van klassieke auto’s, door liefhebbers.
Het zijn vreemde tijden. Rusland roept tegenwoordig vooral politieke en militaire associaties op, maar daar willen wij ons niet in mengen. Autogeschiedenis kent immers geen grenzen en laat zich niet door de actualiteit uitwissen. Daarom staan we toch stil bij een bescheiden maar bijzonder jubileum: precies 130 jaar geleden werd de eerste Russische automobiel gebouwd.
Van deze ‘motorwagen’ zijn slechts twee foto’s bewaard gebleven. De auto vertoont duidelijke gelijkenissen met een Benz en wordt doorgaans aangeduid met de moderne transcripties van de namen van zijn makers: Yakovlev & Freze. De uitvinders zelf, en later ook hun nakomelingen, gebruikten in het Latijnse schrift echter andere spellingen: Iakovleff en Frese.
De eerste proefritten vonden plaats in april 1896. Enkele maanden later maakte de auto zijn officiële debuut tijdens de 16e Al-Russische Nijverheids- en Kunsttentoonstelling in Nizjni Novgorod. Daar werd de volledig functionerende zelfrijdende koets niet alleen aan het publiek gepresenteerd, maar ook aan tsaar Nicolaas II.
Het verhaal achter de auto begint echter al enkele jaren eerder. Lange tijd werd aangenomen dat rijtuigbouwer Piotr Frese en motorenfabrikant Eugeni Iakovleff elkaar tijdens de wereldtentoonstelling van 1893 in Chicago ontmoetten. Ze zouden daar een Benz hebben gezien en vervolgens hebben besloten zelf iets soortgelijks te bouwen. Het is een aantrekkelijk verhaal, maar waarschijnlijk niet helemaal juist.
Onderzoek in Russische bronnen en een deel van het familiearchief van een Duits-Russische handels- en industriële dynastie wijst namelijk in de richting van een derde hoofdrolspeler: Carl Spahn. Deze Duitser was in 1883 vanuit Beieren naar Sint-Petersburg gekomen, nadat hij een klein handelsagentschap had geërfd. Hij maakte er snel fortuin en zag vroegtijdig kansen in de opkomende markt voor motorfietsen en automobielen. In 1894 sloot zijn technische handelsfirma overeenkomsten met Hildebrand & Wolfmüller en Benz & Cie. Daarmee verwierf Spahn niet alleen de exclusieve verkooprechten voor Sint-Petersburg en Moskou, maar ook licenties om hun producten ter plaatse te vervaardigen. Tussen 1894 en 1897 leverde Benz officieel negentien automobielen aan Rusland, waarvan het merendeel door Spahn was besteld.
Om zijn nieuwe activiteiten onder de aandacht te brengen, publiceerde hij in januari 1896 de eerste Russische catalogus van Benz-automobielen – waarvan zich tegenwoordig een exemplaar in mijn archief bevindt. Ook wilde hij een auto presenteren op de grote tentoonstelling in Nizjni Novgorod. Er was alleen één probleem: uitsluitend producten van Russische bedrijven mochten daar worden tentoongesteld.
Spahn vond een slimme oplossing. Hij liet het chassis en de carrosserie bouwen door de rijtuigenfabriek Frese & Co., terwijl de machinefabriek en ijzergieterij van E. A. Iakovleff een 2 pk sterke motor vervaardigde. Zo ontstond een in Rusland gebouwde automobiel die aan de eisen van de tentoonstelling voldeed.
Het ontwerp was gebaseerd op een vooruitstrevend concept van Benz waarin kenmerken van de Velo en de Victoria werden gecombineerd. Opmerkelijk genoeg was een dergelijke auto in Duitsland nog niet eens in productie. Pas in 1899 zouden Benz en de Franse firma Georges Richard een vergelijkbaar model gaan bouwen, dat bekend werd als de Duc. Een simpele kopie was de Frese & Iakovleff overigens niet. Piotr Frese ontwierp bijvoorbeeld een bijzondere voorwielophanging waarbij de wielen samen met de bladveren draaiden. Geen enkele andere autofabrikant paste destijds zo’n constructie toe.
De ambities reikten dan ook verder dan dit ene exemplaar. Spahn, Frese en Iakovleff droomden van serieproductie, terwijl Spahn zelfs plannen maakte voor een grote nieuwe fabriek. De Russische markt bleek echter nog niet rijp. De vraag naar de reeds geïmporteerde Benz-automobielen bleef beperkt en Franse fabrikanten kwamen met modernere modellen en later ook betaalbare gemotoriseerde driewielers. Na één auto kwam het project daardoor tot stilstand.
Toch betekende dat niet het einde van Frese als automobielfabrikant. Vanaf 1899 bouwde Frese & Co. op kleine schaal elektrische voertuigen van eigen ontwerp, evenals auto’s met Franse De Dion-Bouton-motoren die opnieuw door Carl Spahn werden geleverd.
Ook Benz verdween niet voorgoed uit Rusland. In 1907 keerde het merk er overtuigend terug. Binnen enkele jaren behoorden Benz-automobielen zelfs tot de populairste auto’s van het land. De bescheiden motorwagen van Frese & Iakovleff was toen allang verdwenen, maar had wel als eerste laten zien dat ook in Rusland een automobiel kon worden gebouwd.
Tekst: Stanislav Kiriletz