Het wereldwijde magazine en verkoopplatform voor liefhebbers van klassieke auto’s, door liefhebbers.
Het wereldwijde magazine en verkoopplatform voor liefhebbers van klassieke auto’s, door liefhebbers.
Met nog maar drie weken te gaan, zit ‘Beaulieu’ alweer stevig in ons hoofd. Voor veel liefhebbers is die ene naam voldoende: onderdelen, boeken, automobilia, de geur van gebakken bacon, modderige schoenen, oude bekenden en natuurlijk de hoop om op de beroemde International Autojumble precies dat ene onvindbare onderdeel tegen te komen.
Maar de afgelopen dagen bereikten ons heel andere berichten uit Beaulieu. Berichten over grote veranderingen rond het National Motor Museum, die hier en daar een nogal verontrustende toon hadden. Zou het museum verdwijnen? En wat zou dat betekenen voor de evenementen die zo onlosmakelijk met Beaulieu verbonden zijn?
Reden genoeg om contact op te nemen met de organisatie. Het geruststellende nieuws eerst: het automuseum in Beaulieu blijft en ook de evenementen gaan door. De International Autojumble staat dus nog altijd voor 12 en 13 september op de kalender.
Daarmee is echter niet het hele verhaal verteld.
Vorige week werd bekend dat de National Motor Museum Trust, de onafhankelijke liefdadigheidsorganisatie die een belangrijk deel van de museumcollectie beheert, het museum op het Beaulieu Estate in de toekomst niet langer op dezelfde basis zal exploiteren. De Trust moet daarom op zoek naar een andere locatie voor het deel van de collectie waarvoor zij verantwoordelijk is.
Dat is geen eenvoudige opgave. Het gaat om een internationaal belangrijke verzameling voertuigen, objecten, foto’s, documenten en ander materiaal uit de Britse automobielgeschiedenis. Bovendien staan sommige voertuigen en collectiestukken al tientallen jaren in Beaulieu. Voor het publiek vormden ze één museum, ook al was het eigendom achter de schermen over verschillende partijen verdeeld.
Waarom de samenwerking in haar huidige vorm eindigt, is niet officieel tot in detail (lease verloopt in 2030) uiteengezet. Uit wat wij hebben begrepen, speelde geld, wat anders, een belangrijke rol. De Trust zou slechts een beperkt deel van de entree-inkomsten ontvangen, terwijl er vanuit het Beaulieu Estate onvoldoende bereidheid zou zijn geweest om fors te investeren in de modernisering van het museum.
Daartegenover staat het standpunt van de Trust dat een groot deel van de bezoekers juist voor het National Motor Museum naar Beaulieu komt. Dat lijkt ons niet moeilijk te geloven. Het museum is niet zomaar een attractie op het landgoed, maar vormt in veel opzichten de ruggengraat ervan. Ook veel van de bekende evenementen zijn ontstaan en groot geworden dankzij de sterke band met de automobielgeschiedenis.
Wat eveneens duidelijk lijkt, is dat het tussen de Trust en de eigenaren van Beaulieu behoorlijk heeft geknetterd. De precieze gang van zaken zal waarschijnlijk pas later volledig zichtbaar worden, maar dit lijkt niet op een afscheid dat uitsluitend uit vriendelijke woorden en wederzijds begrip is voortgekomen.
Een museum blijft; maar met welke collectie?
Het Beaulieu Estate lijkt het automuseum op de vertrouwde locatie zelf te willen voortzetten. Op zichzelf is dat niet vreemd, want zo is het ooit begonnen.
Toen Edward, Lord Montagu, in 1952 Palace House voor bezoekers opende, stelde hij vijf veteran cars tentoon in de entreehal. Daarmee bracht hij een eerbetoon aan zijn vader, John Scott Montagu, een van de grote Britse autopioniers. Die bescheiden opstelling groeide uit tot het Montagu Motor Museum en ontwikkelde zich later tot het National Motor Museum zoals we dat vandaag kennen.
De band tussen de familie Montagu, Beaulieu en de automobielgeschiedenis gaat dus veel verder terug dan de huidige organisatiestructuur. Maar alleen die historische band geeft nog geen antwoord op de belangrijkste vraag: hoe aantrekkelijk en compleet zal het toekomstige museum zijn?
Naar wij hebben begrepen, zijn slechts ongeveer zeventig van de momenteel getoonde voertuigen eigendom van de familie Montagu of het Beaulieu Estate. Daarnaast zouden er ongeveer vijftig voertuigen op langdurige of permanente leenbasis staan, waarvan sommige al sinds de beginjaren. Een aanzienlijk deel van de overige collectie behoort echter toe aan de Trust of wordt door haar beheerd en zou bij de Trust kunnen blijven wanneer deze naar een nieuwe locatie vertrekt.
Dat betekent dat er mogelijk flinke gaten in de huidige opstelling ontstaan. Natuurlijk kunnen lege plaatsen door andere auto’s worden ingenomen, en eerlijk gezegd zou een nieuwe inrichting op sommige punten zelfs welkom zijn. Er staat momenteel bijzonder veel in het museum en niet iedere auto komt daardoor even goed tot zijn recht. Minder voertuigen, beter gepresenteerd en voorzien van een sterker verhaal, hoeft dus niet automatisch een achteruitgang te betekenen.
Maar alles hangt af van wat ervoor terugkomt. Een museum wordt niet uitsluitend interessant door het aantal auto’s dat er staat. De kwaliteit, historische betekenis, samenhang en presentatie van de collectie zijn minstens zo belangrijk. Wanneer belangrijke voertuigen en archiefstukken vertrekken en voornamelijk door minder relevante exemplaren worden vervangen, zal het publiek dat merken.
Daar ligt de werkelijke onzekerheid. Dat er in Beaulieu een automuseum blijft, lijkt zeker. Hoe dat museum eruit zal zien, welke belangrijke voertuigen er blijven en of het zijn internationale aantrekkingskracht behoudt, weten we nog niet.
Hopelijk vindt de National Motor Museum Trust een passend nieuw onderkomen voor het overige deel van de collectie. Wanneer dat lukt, zou deze pijnlijke scheiding uiteindelijk zelfs twee interessante automusea kunnen opleveren in plaats van één.
Dat is het optimistische scenario. Daarvoor moet de Trust echter niet alleen een geschikte locatie vinden, maar ook voldoende geld bijeenbrengen voor huisvesting, transport, inrichting, conservering en exploitatie. Er moeten dus nog heel wat praktische, financiële en organisatorische kilometers worden afgelegd.
Tegelijkertijd staat ook Beaulieu voor een grote opgave. Het kan voortbouwen op een prachtige locatie, een sterke naam, een lange familiegeschiedenis en een eigen kerncollectie. Maar de verwachting dat het museum simpelweg hetzelfde blijft terwijl een belangrijk deel van de collectie vertrekt en dat bezoekers er niets van merken, lijkt ons te gemakkelijk.
Voorlopig is de belangrijkste boodschap dus geruststellend, maar niet zonder kanttekening: Beaulieu blijft Beaulieu. Palace House blijft, het automuseum blijft en ook de bekende evenementen gaan door. Maar achter de vertrouwde gevels staat waarschijnlijk een ingrijpende verandering te wachten.
En dus verheugen wij ons nog altijd op 12 en 13 september: twee dagen zoeken, onderhandelen, ontmoeten en waarschijnlijk thuiskomen met spullen waarvan we bij vertrek nog niet wisten dat we ze dringend nodig hadden.
Maar wanneer we er toch zijn, zullen we ook met extra belangstelling door het museum lopen. Misschien zelfs met de vraag: hoeveel hiervan zullen we de volgende keer nog terugzien?
Zien we u daar ook?
Laurens Klein