Het wereldwijde magazine en verkoopplatform voor liefhebbers van klassieke auto’s, door liefhebbers.
Het wereldwijde magazine en verkoopplatform voor liefhebbers van klassieke auto’s, door liefhebbers.
Herinner je je de Franklin van Darius Kinsey nog, die we je onlangs in een boom lieten zien? We vonden nog een juweeltje van een foto van dezelfde auto die zich een weg baant door diepe sneeuw. Kinsey was een enthousiaste fotograaf die werd ingehuurd door de Seattle and Lake Shore Railroad Company en maar liefst vijf jaar lang foto's maakte van de prachtige uitzichten langs de spoorlijn in het begin van de jaren 1920. Tegelijkertijd fotografeerde hij elk aspect van de houtindustrie en bezocht hij een groot aantal houthakkerskampen op zijn reizen door het noordwesten van Amerika.
Hij moet ook wel van zijn Franklin auto hebben gehouden, want die duikt een aantal keer op in zijn foto's. Dit schilderachtige bosgezicht is genomen op een van zijn avonturen, waarschijnlijk naar de Coal Creek Lumber Company in Chehalis, Lewis County, waar sparren- en cederhout werd gekapt om te verkopen aan de spoorwegen, die het hout op hun beurt gebruikten voor bruggen.
De Franklin Automobile Company bouwde zijn auto's voor de verandering niet in 'Motown' Detroit maar in Syracuse, New York. Een advertentie uit die tijd verkondigde: 'De Franklin-eigenaar is een succesvol man die voor zichzelf denkt en die zijn plaats in de wereld te danken heeft aan zijn gewoonte om de feiten op een rijtje te zetten en zijn eigen oordeel te gebruiken. Tussen 1902 en 1934 zijn er zo'n 150.000 Franklins gebouwd en naar schatting zijn er ongeveer 3700 exemplaren bewaard gebleven. Dat zegt de autoclub van het merk, een zeer actieve en enthousiaste vereniging voor eigenaren van deze auto's in de Verenigde Staten. De club werd in het begin van de jaren 1950 opgericht en heeft nu zo'n 900 leden, een indrukwekkende eigen collectie (in het Gilmore Car Museum in Michigan) en een website boordevol activiteiten.
Wijlen Darius Kinsey zou zeker lid zijn geweest, als hij lang genoeg had geleefd.
Woorden: Jeroen Booij; foto: Darius Kinsey / Universiteit van Washington