Het wereldwijde magazine en verkoopplatform voor liefhebbers van klassieke auto’s, door liefhebbers.
Het wereldwijde magazine en verkoopplatform voor liefhebbers van klassieke auto’s, door liefhebbers.
Wolseley: een mooi, verstandig merk dat degelijke, comfortabele en pretentieloze auto's bouwt. Niet het soort merk dat een enorm financieel risico neemt en al zijn aandacht richt op de productie van een dure overbodige luxueus model waarvoor geen markt bekend is, toch? In de jaren na 1935, toen Wolseley onder de wijze ouderlijke macht stond van Morris Motors en later BMC, zou een dergelijke gedachte juist zijn. Maar tijdens de Vintage jaren was het minder zeker van zijn zaak.
Na de Eerste Wereldoorlog had Wolseley echt moeite om zijn plaats op de markt te vinden, met als gevolg dat het door de meeste autokopers over het hoofd werd gezien en genegeerd. Het onvermijdelijke gebeurde in 1926 toen het bedrijf uit Birmingham failliet werd verklaard. William Morris verwierf het bedrijf als een persoonlijke investering, met de bedoeling om een luxe metgezel te hebben voor zijn gelijknamige auto's.
Wat volgde waren plannen voor een reeks zes- en achtcilinders, te verkopen tegen middenklasseprijzen, ondanks het feit dat de vraag naar een acht voor het middensegment vrijwel onbestaand was. Hillman probeerde het rond dezelfde tijd, maar gaf het al snel op. Wolseley zette door en bouwde acht-cilinders in zowel 21/60pk als in kolossale 32/80pk uitvoeringen, echter resulteerde dit niet in veel verkopen.
Omdat er maar weinig gebouwd werden, zijn er vandaag nog maar weinig overlevenden. Zack Stiling test een unieke 21/60pk all-weather coupé en ontrafelt de gebeurtenissen rond Wolseley's ooit zo gewaagde, maar evenzeer misplaatste onderneming in het februarinummer van The Automobile, dat nu te koop is.
Woorden door Zack Stiling. Foto's door Reverendpixel.