Het wereldwijde magazine en verkoopplatform voor liefhebbers van klassieke auto’s, door liefhebbers.
Het wereldwijde magazine en verkoopplatform voor liefhebbers van klassieke auto’s, door liefhebbers.
Vijftien jaar geleden hoorden we voor het eerst over een Deutsch Bonnet – een D.B.-racer – die ergens verborgen stond in een kelder. Recent waren we opnieuw in de buurt en kregen we eindelijk de kans om de auto te zien. Nog belangrijker: we mochten hem meenemen om hem in Parijs te tonen op de Salon Retromobile.
D.B. is een bijzonder merk, en tegelijk een zeldzaam merk: er zijn maar weinig auto’s van gebouwd. Het verhaal begint begin jaren dertig, wanneer Charles Deutsch en René Bonnet elkaar ontmoeten. Deutsch verkoopt zijn familiegarage aan Bonnet, maar ze houden contact. Enkele jaren later besluiten ze samen hun eigen auto te ontwerpen. Dat leidt tot de DB1 in 1938, gevolgd door de DB2 in 1939 en daarna de DB4, DB5, tot en met de DB9. Door successen in de racerij vestigt D.B. zich als naam, waarna ook seriemodellen worden gebouwd, eerst met Citroën-motoren en later met Panhard-techniek.
De auto die wij op de Salon Retromobile tonen is de originele DB6 Monoposte. Hij is uitgerust met een 2-liter Citroën-motor met dubbele carburateurs en werd gebouwd in Champigny. De geschiedenis van deze auto is uitzonderlijk goed gedocumenteerd. Dat men na de oorlog bijzonder trots was op dit project blijkt onder meer uit het feit dat elk teamlid tijdens de bouw van deze eenzitter een gesigneerde foto van Deutsch en Bonnet ontving, als dank voor hun werk.
De DB6 werd gepresenteerd bij de heropening van het autodrome van Montlhéry en won meteen zijn eerste wedstrijd op de Côte de Bellevue (startnummer 44). Enkele maanden later werd de auto ingrijpend aangepast: korter, lichter en voorzien van een meer gestroomlijnde carrosserie met modernere lijnen. In deze vorm – die hij vandaag de dag nog steeds heeft – werd hij door René Bonnet ingezet in 1948 en 1949.
De DB6 heeft een rijke en goed gedocumenteerde racehistorie:
Wat deze auto onderscheidt van zijn voorgangers is dat hij aanzienlijk lichter is én de eerste echte monoposto van het merk vormt. Dit was iets wat René Bonnet, zelf coureur, al sinds zijn racedebuut nastreefde. Na de DB6 zouden nog meerdere eenzitters volgen, met wisselend succes.
Voor deze eerste monoposto koos D.B. een 2-liter Citroën-motor, die verder werd doorontwikkeld. Na 1950 werd de samenwerking met Citroën beëindigd, toen het kleine merk zich ook op luxere auto’s wilde richten. De DB6 kwam vervolgens in handen van de AGACI (Association Générale Automobile des Coureurs Indépendants), een samenwerkingsverband voor coureurs, dat de auto gebruikte voor demonstraties en rijopleidingen.
De huidige eigenaar was sinds 1984 op zoek naar een raceauto met historie. Acht jaar later stuitte hij op deze DB6 en kocht hem. Hij reed er intensief mee, onder meer bij de Mont Ventoux hill climb. Gaandeweg werd dat minder, tot de auto de afgelopen jaren in een hoek verdween.
Nu ziet deze bijzondere eenzitter opnieuw het daglicht – en wel op de Salon Retromobile 2026.