Het wereldwijde magazine en verkoopplatform voor liefhebbers van klassieke auto’s, door liefhebbers.
Het wereldwijde magazine en verkoopplatform voor liefhebbers van klassieke auto’s, door liefhebbers.
Als kind in de Vlaamse Ardennen keek ik op naar het camionneke van de bieruitzetter en kolenmarchand, dat met een monotoon gekreun het bergske omhoog ploeterde om aan de andere kant vredig met een wiebelke naar beneden te bollen. Oude, versleten karrekes met een eeuwig leven, die niet blonken maar stonken.
Omdat het concours-gerestaureer de ziel ruilt voor het commerce-gedoe, ben ik op zoek gegaan naar een souvenir uit mijn jeugd. ‘Unrestored’ was dus de goal. Een vierkant Frans berlineke vond ik meestal te ver afgeleefd om zich er mee in het openbaar te vertonen, in tegenstelling tot een utilitair voertuig dat fier kan zijn op zijn frontstrepen.
Het Histoire:
In 2001 heb ik een Chenard & Walker T4, bouwjaar 1924, gekocht via een aankondiging van een FORD T in het Frans blad "La Vie de l'Auto". De Chenard was ongerestaureerd, compleet op details na en zeer gezond. Er zaten twee verschillende wielmaten onder en de koplampen ontbraken. De eerstvolgende editie van "La Vie de l'Auto" werd dus uitgepluisd op zoek naar die onderdelen, tot mijn zoon zegt: “Hé papa, er staan hier twee Chenards te koop.”
Omdat Frankrijk een groot land is, vraag ik: “Wat is het telefoonnummer (departement?)” Tot onze verbazing is het een Belgisch nummer met prefix 055. Whaw, dat is dezelfde zone als de onze. En ja, ik heb twee wrakken Chenard T4 bijgekocht die sinds twintig jaar stonden te slapen op 500 meter van mijn thuis (= 3x T4 in 2 weken).
Gebruik makend van het beste van de drie auto’s heeft de Franse Chenard een grondige conserveringskuur gekregen. Hij is nu technisch perfect in orde en bedrijfzeker. Mijn langste rit is 70 km non-stop op een bloedhete zomernamiddag.
Op het dashboard en in de verfsporen op de achterklep is de naam en gemeente te vinden van de vorige eigenaar: Henri Hosmalin. Geboren eind jaren 1800 in Vernet-la-Varenne in het Franse Puy-de-Dôme (P.d.D.). Hij volbracht zijn legerdienst in de loopgraven van Verdun en ging na de oorlog werken bij Citroën in Parijs. Na een jaar wou hij hogerop en solliciteerde bij Berliet, waar hij tot "Maître Tolier" (meester-plaatslager) opklom.
Heimwee bracht hem in de jaren 20 terug naar Vernet en hij startte er een agentschap van het betere Franse automerk "Chenard & Walker". De tijden zaten het merk niet mee en als geschoold mecanicien specialiseerde Henri zich noodgedwongen in het maken van zaagtafels, een behoefte in die beboste regio toen kettingzagen nog niet courant waren.
De man had een nogal sterk karakter en er kwam ruzie met zijn familie. Ook in Varenne was hij niet bijzonder geliefd wegens zijn sympathieën met mr. Hitler. Daarom vertrok hij uit Varenne en vestigde zich in Vinzelles, een wijkje van de gemeente Bansat, vanwaar zijn vrouw afkomstig was en waar zijn schoonbroer een boerderij had. In 1962 is hij na een lange ziekte ook daar gestorven.
In 2003 heb ik een pèlerinage ondernomen naar de roots van mijn Chenard. In Vernet heb ik willekeurig personen aangesproken met een respectabele leeftijd en alhoewel mijn mr. Hosmalin daar reeds zestig jaar verdwenen was, waren de herinneringen nog levendig… vooral bij die knecht die bij hem gewerkt had.
Dit heeft me gebracht tot bij een neef Hosmalin, een zeventiger die in het gehucht Le Mas “une demeure” aan het verbouwen was. Toen ik me bekendmaakte, kreeg hij de tranen in de ogen en hij kwam terug naar buiten met een foto van "oncle Henri” in zijn militair uniform van 1914. Zijn verhaal over de "brouille” leidde me naar de schoonfamilie in Vinzelles, bij het nichtje van Henri’s vrouw.
Om mijn bezoek te verantwoorden toonde ik een foto van mijn Chenard, zoals hij vandaag nog steeds is. Onmiddellijk werd een doos foto’s bovengehaald en na wat gescharrel kwam er een foto uit de jaren 40 tevoorschijn met onze auto en Henri achter het stuur. De boerderij was nog steeds dezelfde en in een vervallen kot lagen nog altijd (in 2003) sommige Chenard-onderdelen (versnellingsbakken en spaakwielen) die Henri daar verborgen had tijdens de oorlog.
Daar leerde ik over zijn ziekte, waar zijn atelier en woning stonden en dat zijn vrouw eind jaren 90 gestorven is. De eigendom is toen naar de erfgenamen gegaan en de inboedel, auto inbegrepen, naar een brocanteur. Auto’s waren die man zijn ding niet, daarom heeft hij contact opgenomen met de Chenard Club.
Ik heb de auto gekocht zonder documenten. Geloof het of niet: mijn neef is getrouwd met een meisje uit de regio Puy-de-Dôme, wiens moeder werkte op de prefecture van Clermont-Ferrand. Met de naam Henri Hosmalin en zijn nummerplaat heeft haar mama alles in orde gebracht en in drie weken tijd ben ik de tweede eigenaar geworden van een auto die vandaag 102 jaar oud is.
Anekdote 1:
Bij de personen met wie Henri Hosmalin goed bevriend was, horen de gebroeders… (naam vergeten). Twee ongehuwden, meer dan 90 jaar oud, die een primitief leven leidden in een afgelegen gehucht. Dus ben ik die jongens gaan opzoeken in het hol van Pluto. Spijtig genoeg waren ze die namiddag naar hun koeien, die op de hogere weiden liepen.
Omdat er een onvriendelijke zwarte hemel opdaagde, heb ik niet gewacht op hun terugkeer. Terug in Varenne ben ik een pintje gaan drinken terwijl het oorverdovend aan het kletteren was. Alleen de sirene van ‘les sapeurs pompiers’ die voorbij flitste, stak er bovenuit.
’s Anderendaags, voor ik terug naar de gebroeders… (nog steeds naam vergeten) vertrok, ging ik — gewoontegetrouw wanneer ik in het buitenland ben — een lokaal autotijdschrift kopen in een Tabac/Press. De twee madammen die voor mij stonden hadden een aangedaan gesprek over les sapeurs pompiers die gisteren tijdens het onweer uitgerukt waren om een van die broers… (jawel) op te halen, die onder een boom doodgebliksemd was. Slik.
Anekdote 2:
Tijdens de conserveringskuur heb ik de lederbekleding, die Henri al eens gerepareerd had, verwijderd om ze te vervangen door het betere leer van een van de wrakken. Hé hé… mr. Hosmalin had voor zijn herstelling onder het leer een bescherming aangebracht en daarvoor gebruikgemaakt van een grote linnen postzak van de Wehrmacht, inclusief adelaar en hakenkruis…
Tekst door Jan De Bleeckere