Het wereldwijde magazine en verkoopplatform voor liefhebbers van klassieke auto’s, door liefhebbers.
Het wereldwijde magazine en verkoopplatform voor liefhebbers van klassieke auto’s, door liefhebbers.
Zes uur ’s ochtends in Hyde Park, op de eerste zondag van november. Voor mij is dat zonder twijfel het mooiste moment van het jaar. Wie ooit de London to Brighton Veteran Car Run wil meemaken, moet dáár beginnen. In het schemerlicht verschijnen de olielampen tussen de bomen, overal wordt geduwd, gesleuteld, gestookt. De geur van benzine en stoom vult de lucht. Het is het levende begin van de automobielgeschiedenis – en elke keer weer pure magie.
De editie van 2025 was opnieuw een hoogtepunt in onze kalender. En hoewel wij dit jaar de finish niet haalden – daarover later meer – was het weekend als geheel uitstekend. De organisatie door de Royal Automobile Club verdient lof. Alles was tot in de puntjes geregeld: verkeerslichten afgestemd op het lage tempo van de deelnemers, wegen afgesloten, en overal vrijwilligers die met kennis en enthousiasme klaarstonden.
Het weekend begon veelbelovend. Tijdens het concours op zaterdag tijdens de St. James Motoring Spectacle was de belangstelling groot, zowel van toevallige bezoekers als van echte kenners. Onze 1900 Clément-Panhard trok veel aandacht – niet in de laatste plaats omdat deze voor het eerst sinds 1930 weer op Britse wegen reed. Tot onze grote vreugde leverde dat ook de Historic Award op. Een eervolle erkenning, en een passend begin van het weekend.
De zondag, de dag van de run zelf, verliep minder voorspoedig. De regen begon vroeg en hield lang aan. Zelfs de livestream – bedoeld om vrienden en liefhebbers thuis mee te laten kijken – begaf het door binnendringend water.
De focus lag natuurlijk op de auto. De rit van het hotel naar de start verliep nog vlekkeloos, maar nauwelijks over de startlijn sloeg de motor af. Een paar honderd meter verder gebeurde hetzelfde. Na kort onderzoek bleek de aansluiting van de bougiekabel op de trilbobine te zijn afgebroken. Een RAC-monteur hielp ons het solderen, waarna we onze weg konden vervolgen.
Lang duurde dat niet. Ter hoogte van Big Ben viel de motor opnieuw stil. Gelukkig hadden we een reservebobine bij ons – wisselen, starten, en de motor liep weer als vanouds. Langzaam maar gestaag verlieten we Londen. De regen trok weg, het publiek stond in grote getalen te zwaaien langs de route en alles leek mee te zitten.
Totdat onze grootste zorg waarheid werd: de massieve band liep van de velg. Twee pogingen tot reparatie mochten niet baten; uiteindelijk brak de band volledig in delen. Net voorbij Redhill moesten we opgeven. Teleurstellend, maar niet onverwacht. Achteraf gezien was ons vertrouwen in het materiaal misschien iets optimistischer dan realistisch. Volgend jaar hopen we met nieuwe banden wél de finishlijn in Brighton te bereiken.
Er was ook ruimte voor humor. Een van de hoogtepunten van het weekend was ongetwijfeld de rit van drie fanatieke — en twee daarvan iets minder aerodynamisch gebouwde — jongere veteran-enthousiastelingen op een Chater Lea triplem. Tegen alle verwachtingen in – en tot verbazing van velen die onderling weddenschappen hadden lopen – bereikten ze daadwerkelijk de kust. Een uitzonderlijke prestatie, en een herinnering die dit weekend kleur gaf.
Ondanks onze eigen tegenslag kijk ik met veel waardering terug op de editie van 2025. De organisatie, de vrijwilligers en de deelnemers hebben opnieuw bewezen waarom de London to Brighton een van de meest bijzondere evenementen in de automobiele wereld blijft.
De magie van die vroege ochtend in Hyde Park – het geluid, de geur, de spanning – blijft het begin van iets dat je maar één keer per jaar kunt beleven. En volgend jaar, hoe dan ook, staan we er weer.
Tekst: Laurens Klein, foto's: Morris Klein-Laarman