Het wereldwijde magazine en verkoopplatform voor liefhebbers van klassieke auto’s, door liefhebbers.
Het wereldwijde magazine en verkoopplatform voor liefhebbers van klassieke auto’s, door liefhebbers.
We hebben de volgende anekdote niet op feiten kunnen controleren, maar in de geest van 'laat de waarheid nooit een goed verhaal bederven' is het er een die het verdient om gedeeld te worden. Het gaat over de beroemde strenge winter van 1963, ook wel bekend als 'The Big Freeze', en het verschil tussen de Engelsen en de Fransen. Dit beruchte strenge weer liet naar verluidt een behoorlijk contrast zien. In beide landen waren meren en plassen 's nachts dichtgevroren en grote aantallen wilde vogels en andere vogels waren in de kou vast komen te zitten met hun poten vastgevroren aan het ijs. Terwijl de Engelsen met gereedschap en thermosflessen op pad gingen om die arme eenden en ganzen te bevrijden, voerden de Fransen een soortgelijk actieplan uit. Het verschil was dat ze geen warmwaterkolven bij zich hadden, maar knuppels en knuppels, omdat de kans om een gratis kerstmaal te bemachtigen te mooi leek om te laten schieten...
Tot zover het garen. Feit is dat die winter schandalig koud was, en wit ook. Van tweede kerstdag 1962 tot begin maart 1963 lag een groot deel van Engeland continu onder sneeuw en ijs, met extreem lage temperaturen die in een groot deel van Europa werden gemeten en werden geregistreerd als de koudste winter sinds 1740.
Er was echter één winter met meer sneeuw geweest en dat was die van 1947, toen deze foto werd genomen. We zien het IJsselmeer met Nederlandse schaatsers, want dat is wat Nederlanders doen als meren bevroren zijn. Verschillende van hen hebben hun auto op het ijs geparkeerd. Zijn ze allemaal vooroorlogs? De drukte achter het busje doet vermoeden dat het dienst doet als verfrissingskraam, waarschijnlijk met warme chocolademelk of de traditionele erwtensoep. Opmerkelijk genoeg zien we ook een paar zeilboten. Het IJsselmeer was nog niet helemaal dichtgevroren, wat in 1963 wel gebeurde...
Woorden: Jeroen Booij; foto: Noord-Hollands archief