Het wereldwijde magazine en verkoopplatform voor liefhebbers van klassieke auto’s, door liefhebbers.
Het wereldwijde magazine en verkoopplatform voor liefhebbers van klassieke auto’s, door liefhebbers.
Een zonnige middag brengt ons naar een sleutelgenootschap in het noordoosten van België. Hier staat een Talbot 105 welke we te koop hebben zien staan. De in Engeland gebouwde Talbots hebben al lange tijd mijn belangstelling, vooral omdat ze naar mijn idee nog altijd worden onderschat. Waarom? Geen idee. Het merk boekte grote successen op Le Mans, terwijl de straatauto’s technisch nauw verwant waren aan de racewagens.
‘Mag ik er een rondje mee rijden?’ vraag ik. De eigenaar twijfelt even. ‘Hij staat al vier maanden stil. Ik heb simpelweg niet genoeg tijd om met alles te rijden; daarom staat hij ook te koop.’ Maar het bloed kruipt waar het niet gaan kan. De Talbot wordt naar buiten geduwd en de hoofdschakelaar gaat om.
Van die maandenlange stilstand is weinig te merken. De Dynastart draait de motor vlot rond en kort daarna slaat hij aan. Zodra de motor enigszins op temperatuur is, merk je nauwelijks dat hij loopt. Wat een rust! De drieliter loopt zijdezacht, soepel en mooi gelijkmatig.
De versnellingsbak is een Wilson-preselectiebak. De gewenste versnelling kies je vooraf; met een druk op het pedaal wordt deze vervolgens ingeschakeld. Dat gaat zonder gekraak, protesterende tandwielen of andere bijgeluiden. Bij het wegrijden merk je wel dat dit geen racewagen is. Hoewel de motor meer dan voldoende vermogen levert, voelt deze Talbot zwaarder aan dan andere exemplaren waarmee wij eerder reden. Daar staat tegenover dat hij minder nerveus is. Deze is gebouwd als een heerlijke toerauto.
Eenmaal op snelheid zoeft hij haast onverstoorbaar over de weg. Het kost weinig fantasie om jezelf ermee vanuit Londen naar het circuit van Le Mans te zien rijden: snel, comfortabel en volledig in stijl.
De koppeling is relatief zwaar en vraagt aanvankelijk enige gewenning. De stoelen bieden volop comfort en hoewel je vrij dicht op het stuur zit, is er voldoende ruimte. Het stuurwiel zelf voelt, zoals bij veel Talbots, niet bijzonder robuust aan. De besturing is echter verrassend licht en soepel, zowel in bochten als tijdens het manoeuvreren en inparkeren.
De eigenaar vertelt dat de Talbot bij aankoop in Engeland enkele moderne aanpassingen had, waaronder stuurbekrachtiging. Die heeft hij weer verwijderd, terecht, wat mij betreft, want nodig is die beslist niet. De later ingebouwde verwarming is wel gebleven. Daar waren zijn passagiers tijdens winterritten bijzonder blij mee, zo vertelt hij. Wij rijden echter op een warme zomerdag en verlangen vooral naar verkoelende rijwind.
Ook de motor heeft behoefte aan extra frisse lucht. De louvres in de motorkap openen automatisch, aangestuurd door een thermostaat in de radiateurslang. Een even eenvoudige als fraaie technische oplossing.
Onderweg proberen we verschillende instellingen van de verstelbare schokdempers uit. Wanneer we door een dorp met verkeersdrempels rijden, is er inderdaad enig verschil merkbaar. Het onderstreept nogmaals het karakter van deze Talbot: sportief van oorsprong, maar duidelijk ingericht op comfortabel en ontspannen reizen.
Wanneer we terugkeren bij de garage, zijn we opnieuw onder de indruk van een Talbot. Dit is oprecht een betrouwbare en aangename auto waarmee je ontspannen, maar met voldoende snelheid, op je bestemming arriveert. Met de 105 maakte Talbot zijn oude reclameleus, ‘The Invincible Talbot’ (de onoverwinnkelijke Talbot), opnieuw volledig waar. De vergelijking met een Bentley 3 Litre dringt zich onvermijdelijk op. Met een vraagprijs van € 110.000 is deze Talbot aanzienlijk voordeliger. Maar krijg je daarmee ook minder auto? Wij denken van niet.
Tekst en foto's: Laurens Klein