Het wereldwijde magazine en verkoopplatform voor liefhebbers van klassieke auto’s, door liefhebbers.
Het wereldwijde magazine en verkoopplatform voor liefhebbers van klassieke auto’s, door liefhebbers.
België was ooit de thuisbasis van vele autofabrikanten die vandaag volledig van de aardbodem verdwenen zijn. De beroemdste, Minerva, werd al eerder belicht, maar er was nog een andere grote "M" die destijds wereldberoemd was en een beurt in de schijnwerpers verdient.
Métallurgique klinkt misschien niet als een autofabrikant, maar dat was het wel, en wel zes jaar vóór Minerva. Het begon auto's te bouwen in 1898. De fabriek, gevestigd in Marchienne-au-Pont in het Waalse steenkoolbekken, floreerde al vroeg in de industriële revolutie en was aanvankelijk verantwoordelijk voor de bouw van zware locomotieven, trams en spoorwegmaterieel.
Helaas is er niet veel papierwerk te vinden over de vroege wagens, en tot op de dag van vandaag bestaan er slechts enkele documenten. Het merk was erg populair in Engeland, waar één van de beroemdste klanten Lord Carnarvon was, sponsor van de Toetanchamon-expeditie en bewoner van Highclere Castle, zoals te zien in de televisieserie Downton Abbey. Ook Charles Royce en autohandelaar Warwick Wright plaatsten bestellingen.
Groothertog Dmitri Pavlovich van Rusland reed in een Métallurgique, en met zijn auto werd volgens sommige anekdotes het lijk van Raspoetin vervoerd. Ook de koning van Marokko stond op de lijst, evenals de Spaanse en Portugese koninklijke families en een hele reeks andere hoogwaardigheidsbekleders.
Het merk stond bekend om hoogwaardige, snelle auto's met veel paardenkracht. Op de productielijst stonden voertuigen met 60, 70, 90 en zelfs 120 pk, en dat waren geen racewagens. Métallurgique nam met succes deel aan races zoals de Herkomer tour, Kaiserspreis, Prinz-Heinrich-Fahrt, St. Peterburg-Sebastopol, de Tourist Trophy, Circuit des Ardennes en vele andere.
Vanaf 1907 kregen de modellen van Métallurgique hun karakteristieke puntradiator, de eerste autofabrikant ter wereld die er één in serieproductie nam. Vanaf dat jaar werden Métallurgiques ook in Duitsland geproduceerd onder de naam Bergmann Métallurgique, mede dankzij de vele successen bij de oosterburen. Na de Tweede Wereldoorlog bleef het bedrijf deelnemen aan wedstrijden, maar op bescheidener schaal, en in 1928 besloot het er een punt achter te zetten.
Als je een Métallurgique in levende lijve wilt zien, is dat nogal moeilijk, omdat ze zo zeldzaam zijn, maar we kennen exemplaren in het Auburn Cord Duesenberg Museum in Amerika, het Lakeland Motor Museum in Engeland en het Nelson Classic Car Museum in Nieuw-Zeeland. De helft van de overlevenden bevindt zich in de Antipoden, maar een handvol bevindt zich bij particuliere verzamelaars in Frankrijk. Eén daarvan zal te zien zijn op het Belle Époque Automobile Festival op zondag 11 juni in Hingene, België, in het kasteel van d'Ursel, waar ooit de allereerste voorzitter van de Belgische Automobielclub woonde. Heb je meer informatie over Métallurgique, dan horen we dat graag.
Woorden van Ivo Braeken
----------------------------------------------------
Zou dit een Métallurgique kunnen zijn?