Het wereldwijde magazine en verkoopplatform voor liefhebbers van klassieke auto’s, door liefhebbers.
Het wereldwijde magazine en verkoopplatform voor liefhebbers van klassieke auto’s, door liefhebbers.
Wat doe je als je jezelf beschouwt als een veelbelovende nieuwe motorfabrikant en een passende achtergrond nodig hebt om je nieuwe voertuig te promoten? Je parkeert hem voor een belangrijke locatie, natuurlijk. Nou, dat is wat de mannen achter de Argo Motor Company deden rond 1915. Herken je deze gebouwen? Ze zijn er allemaal nog, in tegenstelling tot de Argo.
Het zag er wel veelbelovend uit. In de eerste plaats was de initiatiefnemer van Argo niet zomaar een ontluikende autobouwer: Benjamin Briscoe was één van de drijvende krachten achter Buick. Bovendien bood hij zijn autootje aan voor de startprijs van slechts 295 dollar, duidelijk in de hoop zich bij de Ford-klasse aan te sluiten, of deze zelfs te verslaan.
In 1915 had Henry Ford buiten de autowereld al de krantenkoppen gehaald als de tovenaar achter de lopende band, die het productieproces van zijn auto's zo stroomlijnde en vereenvoudigde dat hij het beroemde model T kon aanbieden voor een ultralage 390 dollar. Dus de Argo Motor Co moet zeker iets hebben bekokstoofd in Jackson, Michigan. Hoe hebben ze dat gedaan? Wel, om te beginnen, begonnen ze niet van nul. Wikipedia vertelt ons dat: "De fabriek was eerder gebruikt door de Standard Electric Car Co om een elektrische auto te bouwen."
Maar hetzelfde artikel vermeldt ook: "In 1916 werd het (Argo's vorige model) vervangen door een conventionele 22pk geassembleerde toerwagen in een poging om Ford te evenaren in het produceren van een 'motorwagen voor de miljoenen'. Het model uit 1916 werd verkocht voor 405 dollar in tweezits vorm." Nou, dat is al een prijsstijging van 37% in één jaar. Dit terwijl Ford in diezelfde tijd de prijs van zijn model T verder had weten te verlagen naar $345. Nog eens 12% minder...
Geen wonder dat Argo maar een kort leven beschoren was. In 1917, toen het bedrijf nog maar drie jaar bestond, verkocht Briscoe het hele project aan ene Mansell Hackett, die het voertuig opnieuw aanpaste en de naam veranderde — nu in de Hackett Motor Car Company. Het duurde nog twee jaar...
Woorden Jeroen Booij. Foto's Library of Congress.