Het wereldwijde magazine en verkoopplatform voor liefhebbers van klassieke auto’s, door liefhebbers.
Het wereldwijde magazine en verkoopplatform voor liefhebbers van klassieke auto’s, door liefhebbers.
Wat op het eerste gezicht lijkt op een miniatuurversie van een Delage of Delahaye Le Mans-racer, is in werkelijkheid een Simca Cinq, oftewel 5 – en wat een charmant klein apparaat is het. De oorspronkelijke 500 cc-motor was door niemand minder dan tuninggoeroe Amédée Gordini opgeboord tot 568 cc, waarmee hij het vermogen wist op te krikken van 14 naar maar liefst 23 pk – een toename van bijna 65 procent. Vind je 23 pk nog steeds niet indrukwekkend? Dan dacht Gordini daar duidelijk anders over. Hij en zijn team hadden er zoveel vertrouwen in dat ze de kleine auto inschreven voor de beruchte 24-uursrace van Le Mans. En dat niet één, maar drie jaar op rij: 1937, 1938 en 1939 – tussen het zwaardere geweld van de grote jongens.
De kleine roadster haalde een topsnelheid van 111 km/u en reed gemiddeld 85 km/u op het circuit van Le Mans. Met die prestaties wist hij ieder jaar zijn klasse te winnen. Op de foto zien we de lokale coureur Albert René Prosper Leduc een van de fabrieksauto’s richting de finish sturen. Zijn teamgenoten Maurice Aimé en Charles Plantivaux wonnen datzelfde jaar de prestigieuze ‘index of performance’ in een zusterauto, die in 24 uur ruim 2.000 kilometer aflegde – een indrukwekkende prestatie in een wagentje van nog geen 450 kilo. Beide fabrieksauto’s eindigden dat jaar als 14e en 15e in het algemeen klassement.
Na de Tweede Wereldoorlog keerden ze zelfs terug op het strijdtoneel – verder aangepast, krachtiger en nog altijd strijdlustig. Een van de vooroorlogse exemplaren is bewaard gebleven en werd enkele jaren geleden gerestaureerd. Tegenwoordig is deze permanent te bewonderen in het 24 Uur van Le Mans Museum. Toch lijken deze bijzondere auto’s nog altijd zwaar ondergewaardeerd.
Tekst: Jeroen Booij
Foto: Archiwa Państwowe (Poolse staatsarchieven)