Het wereldwijde magazine en verkoopplatform voor liefhebbers van klassieke auto’s, door liefhebbers.
Het wereldwijde magazine en verkoopplatform voor liefhebbers van klassieke auto’s, door liefhebbers.
Sommige auto’s kennen de weg naar Brighton al langer dan de meeste deelnemers leven. Deze Fiat 16-20HP maakte de rit voor het eerst in 1930 en keert op zondag 1 november terug voor de London to Brighton Veteran Car Run. Vanuit Turijn brengt MAUTO hem opnieuw naar Engeland, waar een groot deel van zijn geschiedenis zich afspeelde. Een Italiaan die iets van thuiskomen zal herkennen.
Het verhaal begint in 1903. In januari van dat jaar besloot de directie van Fiat chassisnummer 599 naar Londen te sturen. Daar kreeg het een carrosserie van Rothschild. Italiaanse techniek met een in Londen vervaardigd koetswerk: deze Fiat laat zien hoe internationaal de autowereld toen al was.
De 16-20HP was een serieuze automobiel. De vroege uitvoering beschikte over een viercilinder van 4.179 cc, met de cilinders in twee afzonderlijke blokken gegoten. Het vermogen bedroeg circa 20 pk bij slechts 1.200 toeren per minuut; de versnellingsbak telde vier verzetten. Dat zijn cijfers om even in perspectief te zetten: Twintig paardenkrachten klinken bescheiden, maar ruim vier liter cilinderinhoud gaf deze Fiat heel andere mogelijkheden dan de kleine voiturettes uit dezelfde periode.
Tot 1912 bleef de auto in gebruik. Daarna werd hij opgeborgen, om pas jaren later in Northamptonshire door Fiat UK te worden teruggevonden. Zijn toestand was kennelijk zo goed dat hij in 1930 op de Fiat-stand van de Olympia Show verscheen. Bezoekers die voor een nieuwe auto kwamen, konden er kennismaken met een voorganger die inmiddels zelf geschiedenis was geworden.
Datzelfde jaar reed Sir Maxwell Monson ermee naar Brighton, met een gerapporteerde gemiddelde snelheid van ruim 34 km/h. In 1931 volgde opnieuw deelname. Ook in de vroege jaren vijftig bleef de Fiat actief, onder anderen met Brooklands-coureur Antony Powys-Lybbe achter het stuur.
Zijn voortbestaan verliep overigens niet zonder onderbrekingen. In 1956 en 1957 werd de auto gedeeltelijk gedemonteerd voor een grondige revisie. Problemen met werkvergunningen voor Italiaanse monteurs legden het werk vervolgens stil. Zo belandde een inmiddels bekende Brighton-deelnemer opnieuw buiten beeld.
In 1959 trof Michael Sedgwick, conservator van het Montagu Motor Museum, hem aan in een schuur achter het oude Fiat-depot in Wembley. Een jaar later ging hij in bruikleen naar Beaulieu én opnieuw naar Brighton. Autocar-redacteur Maurice Smith bestuurde hem tijdens die editie en beschreef een levendige auto die meer dan 80 km/h kon halen. Na verdere deelnames in 1965 en 1966 kwam de auto uiteindelijk terug in Turijn. Daar kreeg hij een plaats in het Centro Storico Fiat, al verscheen hij nog bij enkele Italiaanse evenementen, waaronder het eeuwfeest van Fiat in 1999.
Nu wacht opnieuw de route van Londen naar de kust. Voor het publiek is het een kans om een bijzondere vroege Fiat in beweging te zien. Voor liefhebbers van veteran cars zit de aantrekkingskracht vooral in die lange gebruiksgeschiedenis: deze auto werd gereden, opgeborgen, teruggevonden, gerepareerd en weer gereden. En binnenkort komt daar opnieuw een hoofdstuk bij, op een weg die hij al bijna een eeuw kent.
De RM Sotheby’s London to Brighton Veteran Car Run vormt de afsluiting van de London Motor Week van de Royal Automobile Club, met onder meer de Motoring Book Awards van de Club, de tentoonstelling ‘Art of Motoring’ en het St James’s Motoring Spectacle, een gratis toegankelijk evenement op Pall Mall in het centrum van Londen. Het evenement wordt afgesloten met de RM Sotheby’s London Sale, die op zaterdag 31 oktober plaatsvindt in het prestigieuze Peninsula Hotel, en op zondag uiteraard met de RM Sotheby’s London to Brighton Veteran Car Run.
The car must have been confused with another, older Fiat, which has been for a long time part of the Montague Motor Museum collection. This 3.5hp rear-engined Fiat from 1899 was also rediscovered in the late 1920s in England: it was found in parts at a farm, the engine being used for a sheep-shearing machine. Owned by Powys-Lybbe, he drove the car himself in the 1932 London-Brighton run. The Fiat was then still dated 1900. In the 1946 run he drove the car again, now dated 1901, as well as in 1949, when the car was dated 1900 again. Next the car was for a long time absent from the run, but it participated as an 1899 model in the centenary run in 1996.
The 16hp Fiat is first mentioned as a participant in the 1930 London–Brighton run with Messrs. Fiat Ltd. named as the owners, but dated as a 1900 model with the note: ‘In continuous use until 1912, when stored in a barn and forgotten until this year (i.e. 1930).’ The car reappeared in 1931, still with Fiat Ltd. and now dated 1901, with the note: ‘In continuous use until 1914, when it was abandoned in a barn until discovered in 1929.’ In 1932, the car, now owned by R.S.C. Beresford, was still dated 1901 with the note: ‘Was stored for 16 years in a barn’ Both in 1953 and 1955 the only Fiat participant was a 1904 16hp tonneau entered by A.C. Westwood. This must have been ‘our’ car without doubt. In 1956 and 1957 the car was entered as a 1903 16hp tonneau, in 1956 owned by John Skinner, but in 1957 it had moved back to Fiat (England) Ltd.. The car is then absent for years and reappears in the run of 1964, now with the Montague Motor Museum and Fiat (England) Ltd. as the entrants, and Sir Norman Joseph [?Wisdom] as the driver. He also drove the car in 1965, in 1966 the car was driven by Fyfe Robertson, in 1967 by Lord Montague.
The fact that both cars were at some time dated 1900 must have contributed to the confusion, as well as the continuous changing in the dating of the cars, but it must be clear now that Powys-Libbe never drove the 16hp Fiat.