Filter

Een vleugje blauw: met een Schaudel uit 1902 op weg naar Brighton

Een rookwolk met een blauwe zweem trekt voor ons uit tussen de akkers door. ‘Net een beetje te veel olie’, zegt de eigenaar. De Schaudel tuft ondertussen onverstoorbaar verder. Het smeren luistert nauw bij deze Fransman uit 1902, waarvan de interessantste techniek zich grotendeels onder de vloerplanken bevindt. 

Op zondag 1 november moet hij van Londen naar Brighton rijden, tussen honderden andere automobielen van vóór 1905. Maar eerst zijn er Hollandse landweggetjes, tijd om de techniek nog eens na te lopen en gelegenheid om kennis te maken met een merk dat zelfs onder liefhebbers enige uitleg verdient.

De eigenaar kocht de Schaudel negen jaar geleden via PreWarCar.com. Inmiddels kent hij de eigenaardigheden behoorlijk goed. Dit wordt hun tweede London to Brighton samen. Dat de reis dit jaar opnieuw op het programma staat, heeft bovendien een plezierige familieaanleiding: zijn zoon heeft nu een De Dion-Bouton vis-à-vis. Vader en zoon kunnen dus ieder met een eigen veteraan richting kust.

Op het eerste gezicht heeft de Schaudel veel gemeen met andere automobielen uit zijn tijd. Het is een vriendelijke verschijning, zonder onmiddellijk te verraden hoe eigenzinnig zijn constructie is.

 

Charles Schaudel werd in 1866 geboren in Châtellerault en verhuisde op zijn 27ste naar Bordeaux, waar hij in 1895 een onderneming in rijwielen begon. Op 29 december 1899 richtte hij zijn eigen automobielonderneming op. Zijn eerste auto's waren nog tamelijk conventioneel, maar achter de schermen werkte Schaudel aan een oplossing voor een van de grootste problemen van de vroege automobiel: de ingewikkelde aandrijving.

Waar motor, koppeling en versnellingsbak vaak nog als afzonderlijke onderdelen over het chassis waren verdeeld, bracht zijn ontwerp deze samen in één gemeenschappelijke behuizing. Het ‘motobloc’ vormde daarmee een vroege toepassing van het samenbouwen van motor en transmissie tot één geheel. Ook de smering werd in het ontwerp geïntegreerd. Schaudel vroeg hiervoor op 13 augustus 1901 in Engeland patent aan, gevolgd door een Frans patent op 7 oktober van hetzelfde jaar. Een technische beschrijving in La Locomotion Automobile uit januari 1902 laat zien hoe nadrukkelijk die vereenvoudiging centraal stond.

De Schaudel Type D, die al op 17 juli 1901 werd gehomologeerd, was een van de eerste modellen waarin deze nieuwe constructie werd toegepast. De tweecilindermotor was schuin opgesteld en de aandrijving werd zo compact mogelijk samengebouwd. De auto beschikte over elektrische ontsteking, waterkoeling met een eigen pomp en drie versnellingen vooruit en één achteruit. Daarmee waren snelheden van ongeveer 10, 25 en 45 km/u mogelijk. Het normale motortoerental bedroeg slechts 1.000 omwentelingen per minuut, dat tijdelijk tot 1.500 kon worden verhoogd. Volgens de oorspronkelijke documentatie kon de motor zowel op benzine als op alcohol lopen.

Ook de startslinger kreeg een ongebruikelijke plaats. Wie deze aan de voorkant van de auto zoekt, komt bedrogen uit. Bij de Schaudel bevindt hij zich aan de linkerzijde, rechtstreeks verbonden met het vliegwiel. Een ander kenmerk zijn de wielnaven met vijf verstevigingsribben, bedoeld om de wielen extra stijfheid te geven. Het zijn details die laten zien hoe constructeurs rond 1900 nog volop experimenteerden met de beste manier om een automobiel te bouwen.

De presentatie van Schaudels nieuwe constructie op de Parijse tentoonstelling van 1901 bleek een keerpunt. De belangstelling was groot, maar de kleine onderneming beschikte niet over de middelen om op grote schaal te produceren. Investeerders onder leiding van Albert Ducasse namen het initiatief over en op 19 april 1902 werd de Société Anonyme des Automobiles Motobloc opgericht.

De naam was meteen de uitleg van het product. Vanuit een nieuwe fabriek in de wijk La Bastide in Bordeaux groeide Motobloc uit tot een bescheiden maar serieuze Franse fabrikant. Volgens de Franse oldtimerfederatie FFVE werden er tussen 1902 en 1932 ongeveer achtduizend auto's gebouwd. Motobloc verscheen bovendien aan de start van grote wedstrijden, waaronder Parijs–Madrid en New York–Parijs.

 

Voor Schaudel zelf was het automobielavontuur van korte duur. Volgens onderzoek dat in 2025 werd gepubliceerd door de Franse veteranenclub Les Teuf-Teuf, werden er in totaal ongeveer negentig lichte Schaudel-auto's gebouwd. Van de Type D en zijn variant D1 verlieten in 1901 en 1902 naar schatting slechts veertig exemplaren de fabriek.

Voor ons rijdt dus een auto uit het prille begin van dat verhaal. Volgens de eigenaar zijn er tegenwoordig nog maar drie Schaudels bekend. De Franse publicatie spreekt zelfs van slechts twee overgebleven Type D's en een losse motor. Dat maakt iedere gelegenheid om er een rijdend te zien bijzonder, al lijkt de auto zelf weinig onder de indruk van zijn zeldzaamheid.

Ook achter het stuur blijkt hij vooral een machine waarmee je moet leren omgaan. Schakelen gebeurt met dubbel ontkoppelen: de aandrijving even vrijmaken, het toerental laten passen en de hendel naar de volgende versnelling bewegen. Met de juiste timing rijdt hij prettig door.

De koppeling vraagt meer aandacht. Juist het afstellen daarvan kost volgens de eigenaar energie en geduld. Een compact samengebouwde aandrijving mag op papier een fraaie vereenvoudiging zijn, in de praktijk blijven de afzonderlijke functies elk hun eigen eisen stellen.

Dat geldt ook voor de smering. De blauwe rook uit de openingskilometers vormt een zichtbare herinnering aan de gevoeligheid voor de juiste hoeveelheid olie. De eigentijdse beschrijving van het Schaudel-systeem vermeldt een oliereservoir waaruit periodiek een afgemeten hoeveelheid naar het gemeenschappelijke carter werd toegelaten. Daar verzorgde spatsmering de verdeling. En omdat de oliehuishouding nauw luistert, is dat een gevoelig onderwerp. Een beetje te veel olie en de Schaudel laat met een blauwe pluim duidelijk merken dat hij niet helemaal tevreden is.

 

Bij deze auto is de pedaalbediening aangepast naar drie afzonderlijke pedalen. Oorspronkelijk werd bij verder intrappen van het koppelingspedaal ook geremd. De huidige inrichting maakt die functies afzonderlijk bedienbaar. Het is een van die praktische details waarover eigenaren van klassieke auto's lang kunnen praten: hoe houd je een vroege automobiel bruikbaar op de wegen waarop je er vandaag mee wilt rijden?

 

Op de landweg voor ons wordt de blauwe zweem langzaam dunner. De Schaudel blijft rustig doortuffen, de centrale lamp vooruit, het bijzondere mechaniek onder de vloer aan het werk. Over ruim honderd jaar technische vooruitgang valt veel te vertellen. Maar uiteindelijk is het misschien nog wel het mooiste dat deze zeldzame Fransman, 124 jaar na zijn geboorte, gewoon weer op weg gaat naar Brighton.

 

De London to Brighton Veteran Car Run vindt plaats op zondag 1 november 2026, wanneer honderden automobielen van vóór 1905 vanuit Hyde Park in Londen koers zetten naar Madeira Drive aan de kust van Brighton.

 

Text: Laurens Klein

Gepubliceerd:
maandag oktober 26th, 2026

Plaats een reactie, stel een vraag, geef uw mening, deel aanvullende informatie of start een discussie door de onderstaande velden in te vullen


Login om uw reactie direct te plaatsen

Afbeeldingen toevoegen aan uw reactie